Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Bekijk dit persbericht in NL FR

Federale Beleidsverklaring

Federale Beleidsverklaring, 11 oktober 2005

INHOUDSTAFEL

(1) Vertrouwen behouden en versterken 3

(2) De relance van onze economie 5

(3) Een nieuw sociaal contract 10

(4) Justitie en veiligheid : de ingeslagen weg vervolgen 13

(5) De Europese Unie: het vertrouwen in het Europees project herstellen 17

(6) Continuïteit in een dynamisch en geëngageerd buitenlands beleid 19

(1) Vertrouwen behouden en versterken

Het gaat niet zo goed met de Europese economie. In het tweede kwartaal van 2005 kende de Eurozone slechts een groei van 1,1% van het BBP op jaarbasis. Met 1,2% in de EU15 en 1,3% in de EU25 doet de rest van de Unie het niet veel beter. Deze groeivertraging is grotendeels toe te schrijven aan de afkoeling van de internationale conjunctuur. De combinatie van een sterk groeiende wereldvraag naar energie en capaciteitsproblemen in de olie-industrie heeft geleid tot recordprijzen voor de olieproducten en een aanzienlijk hogere energierekening voor de gezinnen en ondernemingen. De conjuncturele situatie vertoont evenwel duidelijk geografische verschillen. Terwijl de Amerikaanse groei geleidelijk vertraagt naar een meer trendmatig tempo, de Japanse economie herneemt en de Chinese groei zeer hoog blijft, werden voor de Eurozone in de eerste jaarhelft lage groeicijfers genoteerd.

Het spreekt voor zich dat deze Europese groeivertraging zich ook in ons land laat voelen. Gezien haar exportafhankelijkheid is de Belgische economie in principe meer dan andere landen gevoelig voor schommelingen van de internationale conjunctuur. Zo laat de grote sprong in de staalprijs in januari 2005 zich meteen voelen in een plotse daling van het producentenvertrouwen van februari. Hetzelfde effect zagen we bij het consumentenvertrouwen van april 2005 na een sterke verhoging van de olieprijzen de maand ervoor.

De conjunctuurschokken laten zich ook voelen op de arbeidsmarkt. Toch lag de netto-creatie van arbeidsplaatsen in 2004 met 24.000 eenheden bijna dubbel zo hoog dan de verwachte 12.500. Voor 2005 zullen naar verwachting 29.000 nieuwe jobs gecreëerd worden. De werkloosheidsgraad is met 8,0% nog steeds lager dan het gemiddelde van 8,6% voor de eurozone en 8,7% voor de EU25.

Ondanks de conjunctuurgevoeligheid en de exportafhankelijkheid van België, groeide onze economie in het tweede kwartaal van 2005 met 1,4%. Hiermee doet ons land het voor het twaalfde kwartaal op rij beter dan het gemiddelde van de Eurozone. De voorspelde groei voor geheel 2005 zou uitkomen op 1,5%. Voor 2006 zou dat 2,3% zijn. Uit de voorspellingen blijkt in elk geval dat ook de komende kwartalen de Belgische economie sneller zou blijven groeien dan het Europese gemiddelde. Het is trouwens aan de conjunctuurgevoelige positie van ons land dat de OESO over enkele maanden een zekere heropleving van de economie in Europa voorspelt.

De kracht van de Belgische economie was de afgelopen jaren de consument. Het vertrouwen van de consumenten werd onderbouwd door de combinatie van zes jaar begroting zonder tekorten, de hervorming van de personenbelasting en de versterking van onze sociale zekerheid. In 2005 zorgde de sterke stijging van de olieprijzen er evenwel voor dat de particuliere consumptie minder toenam dan bij normale omstandigheden was verwacht. Toch zal dankzij de belastingshervorming die zich nu volop laat voelen en dankzij het opnieuw aantrekken van de werkgelegenheid het reëel beschikbaar inkomen van de gezinnen en dus de koopkracht naar verwachting met 2% toenemen. Bovendien zullen de recente maatregelen van de regering om de stijging van de olieprijzen voor particulieren te verzachten, ook hun effect moeten hebben op het consumentvertrouwen.

Hoewel ons land weinig kan doen aan de internationale prijsontwikkelingen noch aan de tegenvallende Europese economie, moeten we doorgaan met het nemen van vertrouwenswekkende maatregelen. De cijfers bewijzen dat de beste manier om het vertrouwen in onze economie te behouden, een combinatie is van een evenwicht in de begroting, een volgehouden alsook een gerichte lastenverlaging, de versterking van de koopkracht en een sterke sociale zekerheid en werkgelegenheidspolitiek.

Anders dan in de meeste andere landen van de Unie, vooral onze buurlanden hebben de voorbije moeilijke economische jaren niet geleid tot een ontsporing van de openbare financiën. De vorige zes jaren werd telkens met een licht overschot op de begroting afgesloten hetgeen in schril contrast staat tot de zich opstapelende begrotingstekorten in de rest van de EU. De openbare schuld daalde in 2004 voor het eerst sinds 1982 onder de 100% van het BBP. In de Eurozone steeg de schuld intussen tot 71% van het BBP. Ook in 2006 zal de begroting opnieuw met een evenwicht afsluiten en de schuld zal verder dalen tot beneden de 90% van het BBP. Met andere woorden, het laagste peil in een kwart eeuw. Aan dit tempo komt het Europees gemiddelde in de komende jaren binnen bereik.

De hervorming van de personenbelasting die in 2006 zijn volle effect zal hebben, zal bovendien bij de afrekening in 2006 de koopkracht van particulieren opnieuw aanzienlijk verhogen. Samen met het op kruissnelheid komen van de werkbonus in 2006, die het netto-inkomen van de laagste inkomens versterkt, de correctie op de laagste pensioenen, de tussenkomst van de overheid in de verwarmingsfactuur en nieuwe lastenverlagingen die in de loop van 2006 worden uitgevoerd, krijgt de koopkracht van de consument een sterke impuls.

We mogen echter niet blind zijn voor de tekortkomingen in ons stelsel. De demografische ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de groep van actieven slinkt en de basis voor het dragen van de lasten van een steeds groeiende groep inactieven bijgevolg verkleint. De activiteitsgraad van de 50-plussers moet daarom sterk naar omhoog. Ook moet de toegang van de jongeren tot het arbeidscircuit worden vergemakkelijkt, zeker voor de minst gekwalificeerden. Daarom heeft de regering maandenlang intens onderhandeld met de sociale partners om een ambitieuze hervorming van onze arbeidsmarkt voor te bereiden. Vandaag wordt een belangrijke koerswending ingeluid.

(2) De relance van onze economie

Het economisch herstel dient zich aan maar is nog altijd bijzonder broos. Bovendien loopt België een bijzonder risico door de lage activiteitsgraad van onze beroepsbevolking. Vanaf 2010 zal onze arbeidsmarkt steeds nadrukkelijker met een tekort aan arbeidskrachten te kampen krijgen. De creatie van welvaart rust op een te smalle basis. Daarom heeft de regering zich als absolute prioriteit gesteld de activiteitsgraad op te krikken. De instroom van jongeren in de arbeidsmarkt moet worden gestimuleerd en mensen moeten worden aangezet om langer te werken. Dit laatste vergtop de eerste plaats een mentaliteitswijziging zowel van de werkgevers als de werknemers. De toenemende levensverwachting heeft ertoe geleid dat de periode waarin we actief zijn relatief steeds korter wordt. Dit kunnen we niet volhouden. Het doorwrocht en met de sociale partners onderhandeld generatiepact luidt daarom een nieuwe tijd in.

Daarnaast is ons sociaal systeem te zeer afhankelijk van de financiële lasten op arbeid. De kost van onze arbeid overschaduwt de nog steeds zeer hoge productiviteit. Onze werknemers horen bij de beste van de wereld, maar zijn ook bij de duurdere. Dit verklaart ten dele waarom ondernemingen in de verleiding komen met minder werknemers te werken of, indien ook dat niet meer helpt, zich elders te vestigen. Bijgevolg versterkt de regering haar beleid van lastenverlagingen en zoekt zij alternatieve en structurele financieringsbronnen voor onze sociale zekerheid.

Economische groei creëert werk en welvaart die ten goede komt aan iedereen. Groei kan maar gedijen in een gunstig ondernemingsklimaat. De lastenverlagingen op arbeid worden daarom vooral toegespitst op de lage lonen en de ploegenarbeid, alsook op jongere en oudere werknemers. Zij dienen zowel om de werkgelegenheid veilig te stellen alsook om nieuwe aanwervingen te stimuleren. De regering wil echter ook een bijzondere inspanning leveren voor groeibedrijven en nieuwe investeringen. Daarom worden er bijkomende inspanningen geleverd worden om de financieringscapaciteit van onze ondernemingen te versterken alsook om innovatie te stimuleren.

Om de economische relance te schragen worden bijgevolg de volgende paden bewandeld:

1) de activiteitsgraad opkrikken, meer bepaald om de instroom van jongeren te stimuleren en om de vervroegde uittocht van ouderen te vermijden;

2) de arbeidskosten verder verminderen via een verantwoorde loonontwikkeling en een doorgedreven verlichting van de lasten op arbeid;

3) investeringen belonen en innovatie en creativiteit stimuleren;

4) betaalbare energie voor iedereen;

5) het functioneren van de overheidsdiensten en de overheidsactiva verder professionaliseren;

6) de overheidsschuld terugdringen tot het laagste niveau in 25 jaar en opnieuw een begroting in evenwicht indienen.

De beslissing van de regering omtrent de jongerentewerkstelling en de eindeloopbaan is uitgemond in een uitgebreid werkstuk dat het resultaat weergeeft van een langdurige onderhandeling met de sociale partners, alsook een regelmatig overleg met regionale ministers van werk. De tekst maakt als bijlage 1 integraal deel uit van de beleidsverklaring.

Rekening houdende met deze vaststellingen wil de regering maatregelen ter verlaging van de werkgeversbijdragen doorvoeren die voor de jongeren tot doel heeft de werkgeversbijdrage te verlagen op de laagste lonen en voor de oudere werknemers hun loonkost progressief in functie van de leeftijd terug te dringen. De regering zal er in ieder geval over waken geen drempeleffect noch een lage loonval te creëren. Bij cumul met een bestaande gerichte maatregel (rosetta, activa…) zal de regering een negatieve bijdrage in te voeren om een gedifferentieerd voordeel te behouden voor de betrokken doelgroepen. Ter ondersteuning van de maatregelen inzake de jongerentewerkstelling (-30 jaar) en de eindeloopbaan (+50 jaar) worden de patronale lasten op kruissnelheid verminderd met respectievelijk 240 en 272 miljoen euro. Voorts wordt ten behoeve van de industrie die in het bijzonder onder de mondiale concurrentie te lijden heeft de loonkost van ploegenarbeid drastisch verminderd. De vermindering van de bedrijfsvoorheffing die momenteel 2,5% bedraagt, zal worden opgetrokken worden tot 5,63 % van het referentieloon om dit doel te bereiken. Binnen eenzelfde filosofie zal de inspanning in 2007 worden verhoogd tot maximaal 10,7%, mits er tussen de sociale partners in de industrie een sociaal akkoord wordt gesloten met een even groot effect. Tegelijkertijd wordt de financieringsbasis van de sociale zekerheid verbreed. Dit luik wordt eveneens in bijlage 1 uitvoerig besproken.

Sinds 1 oktober van dit jaar mogen bedrijven 50% van de bedrijfsvoorheffing van hun onderzoekers inhouden op voorwaarde dat ze een conventie afsluiten met een erkend onderzoekscentrum. Op dit ogenblik zijn reeds 77 van dergelijke centra erkend. Op het ogenblik dat deze maatregel een jaar zal bestaan, zal het toepassingsgebied worden uitgebreid tot de jonge innovatieve KMO's die 15% van hun uitgaven aan O&O besteden. Bovendien zullen bedrijven, ter uitvoering van het interprofessioneel akkoord 2005-2006, vanaf 1 januari 2006 een premie gelijk aan een belastingvrij maandloon kunnen toekennen aan maximum 10% van hun werknemers, die een innovatief idee uitwerken en implementeren.

Dankzij de nominale belastingverlaging van 2002 sprong België in de Europese ranglijst van de 13de naar 8ste plaats. De toetreding van tien nieuwe lidstaten heeft ons echter terug gekatapulteerd naar plaats 17 op 25 landen. België heeft daarom een ingenieus systeem uitgewerkt dat op 1 januari van volgend jaar in werking treedt. Voortaan kunnen bedrijven een fictieve intrest gelijk aan een gemiddelde van de maandtarieven van de OLO op 10 jaar fiscaal aftrekken. België is daarmee een pionier in de fiscale gelijkschakeling van private en schuldfinanciering. Voor het systeem bestaat trouwens veel belangstelling in het buitenland. Aangezien het niet enkel dient tot de versterking van de autofinancieringscapaciteit van onze ondernemingen, maar ook tot het aantrekken van belangrijke buitenlandse investeringen, zal België een grote internationale informatie- en publiciteitscampagne opzetten. Voor het aantrekken van investeringen uit China wordt gewerkt aan een spiegelfonds van het sinds januari 2005 bestaand Sino-Belgisch Investeringsfonds (CBDEIF), het eerste investeringsfonds dat marktconform opereert op de Chinese markt met rechtstreekse kapitaaldeelname van zowel de Chinese als de Belgische Staat.

De combinatie van een sterk groeiende wereldvraag naar energie en capaciteitsproblemen in de olie-industrie heeft geleid tot recordprijzen voor de olieproducten en een aanzienlijk hogere energierekening voor de gezinnen en ondernemingen. De Belgische regering heeft dan ook reeds een pakket maatregelen beslist opdat voor de gezinnen de huisbrandolie betaalbaar blijft en daarnaast dat de overheid zelf geen extra inkomsten uit deze prijsverhoging haalt. Deze maatregelen grijpen zowel in op de korte termijn, als op lange termijn, en zijn zowel structureel van aard en verzachten de acute gevolgen van de snel stijgende energieprijzen. Het recht op energie is een essentieel recht dat aan elke burger moet worden gegarandeerd. Zo besliste de regering onder meer tot een korting van 17,35% op de stookoliefaktuur van de gezinnen en verhoogde zij de tussenkomst via het stookoliefonds voor de meest behoeftigen. Tegelijkertijd werd voor 2006 een princiepsbeslissing genomen over een equivalente korting voor diegenen die zich verwarmen via aardgas. De regering zal aandringen op een spoedige parlementaire behandeling van het wetsontwerp dat in de betalingsfaciliteiten voorziet voor de stookoliefaktuur, alsook het overleg met de sector voortzetten over de eenheidsprijs voor de leveringen. Om de investering in meer zuinige en hernieuwbare energie te bevorderen, zal uitvoering worden gegeven aan het energiebesparingsfonds, dat de investeringen in energiebesparende verbouwingen zal stimuleren door goedkope leningen toe te kennen, en de verhoogde fiscale aftrek voor energiebesparende investeringen. Hiermee verlagen we niet alleen onze energieafhankelijkheid, we doen er ook een goede zaak mee voor het milieu. Net zoals in de jaren zeventig zal de markt hier ongetwijfeld haar werk doen, maar ook de overheid moet bijkomende inspanningen doen. Wat betreft de collectieve structuren zal een overleg worden opgestart met de Gemeenschappen.
Niet alleen voor de verwarming van de gezinnen, maar ook voor de automobilisten heeft de regering op korte termijn reeds maatregelen genomen. Naast de bevriezing van het cliquetsysteem, heeft de regering intussen reeds vijf keer de zgn. "omgekeerde cliquet" toegepast, waardoor de prijsstijging van de diesel en recent ook de benzine werd afgetopt. De regering zal het overleg met de petroleumsector voortzetten teneinde de basisprijzen (zonder accijns en btw) van diesel en benzine, in lijn te brengen met die van onze buurlanden.

De regering zal ook het overnamebod van Suez op Electrabel aangrijpen om de concurrentie op de energiemarkt te verhogen. Naar aanleiding van het overnamebod door Suez op Electrabel werd een onderhandeling opgestart met Suez om garanties te bekomen inzake de Belgische verankering van Electrabel. Electrabel is reeds sinds 1988 onder de feitelijke controle van Suez. Het Overlegcomité heeft het resultaat van de onderhandelingen met garanties voor de Belgische aandeelhouders alsook de aanbevelingen aan de gemeenten hoe het bod te beoordelen reeds bekrachtigd. Uiteindelijk moet de overname binnen maximum 24 maanden uitmonden in de creatie van een Europese Vennootschap die ook op Euronext genoteerd staat. Er wordt nauwgezet op toegezien, onder meer door de aanduiding van een regeringscommissaris bij Electrabel, dat de corporate governanceregels worden gerespecteerd. Alle energie-activiteiten van de groep in Europa zullen het merk Electrabel dragen. Alle beslissingscentra inzake de wereldwijde energie-activiteiten zullen in Brussel gevestigd blijven. De expertise- en ondersteunende diensten wereldwijd worden ondergebracht in het in België gevestigd coördinatiecentrum Cosutrel. Om de werking van de energiemarkt te bevorderen, zal Electrabel zijn blokkeringsminderheid in Elia opgeven. Elia moet immers in volstrekte onpartijdigheid kunnen beslissen over de capaciteitstoewijzing van de ingevoerde electriciteit. Bovendien is Elia meerderheidsaandeelhouder in de electriciteitsbeurs, die Electrabel ten behoeve van de liquiditeit van de beurs, voorziet van 500 Mw. Voorts zullen de niet-gebruikte sites voor een capaciteit van 1500 Mw tegen markwaarde ter beschikking worden gesteld van andere producenten. De overheid zal erop toezien dat de overdracht onder billijke voorwaarden gebeurt. Bovendien zal een belasting op niet-gebruikte sites worden ingevoerd vanaf 1 april 2006 om de eigenaars ertoe aan te zetten deze capaciteit ter beschikking te stellen van de markt. Ook in de distributiesector is Electrabel bereid haar blokkeringsminderheid op te geven. En de positie van de gemeenten in Fluxys kan worden versterkt. Alleszins zal Zeebrugge de Noordeuropese draaischijf voor gas vormen. Ook zijn de nodige garanties ingebouwd betreffende de nucleaire provisies. Bovenstaande maatregelen moeten ertoe leiden dat er meer productiecapaciteit in handen van meerdere spelers komt. Verscherpte concurrentie moet leiden tot betere service en interessantere prijzen voor de klanten. De grotere concurrentie voor Electrabel op de Belgische markt mag echter niet beletten dat Electrabel zich verder op de Europese en wereldmarkt moet kunnen ontplooien om uit te groeien tot een speler van wereldformaat. De federale regering wil daarom een structurele dialoog met Electrabel om tot een stabiel kader te komen dat enerzijds aan Electrabel voldoende rechtszekerheid en stabiliteit biedt om te kunnen groeien en anderzijds een garantie biedt op een goed functionerende energiemarkt.

Het komend politiek jaar zal mede in het teken staan van een verdere professionalisering van het beheer van de overheidsactiva. Zo zal de fusie tussen de Federale Participatiemaatschappij en de Federale Investeringsmaatschappij tegen het einde van het jaar een feit zijn. Door deze bundeling van krachten bereikt de nieuwe maatschappij voldoende schaalgrootte om zich te ontwikkelen als kenniscentrum, om met nog meer know how de participaties te kunnen opvolgen. De hervorming van de Regie der Gebouwen wordt voortgezet om er een instrument van efficiënt beheer van te maken en de klantgerichtheid te verhogen. Een goede kwaliteitsvolle huisvesting stimuleert de klanten van de regie op hun beurt hun dienstverlening te verbeteren. Bovendien zal, naar het voorbeeld van de buurlanden, een innovatief financieel partenariaat met de private sector toelaten om het patrimoniumbeheer van de staat te optimaliseren, zonder dat dit afbreuk mag doen aan of de lasten mag verhogen voor de diensten die er gevestigd zijn.

De Post staat in de komende jaren voor een uitdaging. In de voorbije jaren hebben het bedrijf en haar werknemers een degelijk resultaat voorgelegd. Om het hoofd te kunnen bieden aan de steeds toenemende concurrentie dient De Post zich verder te moderniseren. In het kader daarvan werd een proces opgestart met als doel een partner te vinden. Hiertoe zijn er reeds maanden intensieve gesprekken bezig met een mogelijke kandidaat.

Het openbaar vervoer in het algemeen en de spoorwegen in het bijzonder trekken de jongste jaren steeds meer gebruikers aan. De regering zal deze verschuiving in het mobiliteitsgedrag verder ondersteunen door het aanbod uit te breiden en aantrekkelijker te maken. Na de hervorming van de spoorwegmaatschappij beschikt de NMBS over alle troeven om een groter marktaandeel te winnen met moderne treinen en goede, snelle verbindingen aan lage tarieven. Efficiënte vervoersmogelijkheden zijn niet alleen belangrijk voor het dagdagelijkse leven van de burger, ze zijn ook essentieel voor een goed draaiende economie. Daarom stijgt het investeringsbudget voor de NMBS stijgt van 815 miljoen euro tot 982,1 miljoen euro, een stijging met 20.5%. Bovendien zullen in het kader van de uitbouw van het GEN rond Brussel volgend jaar investeringen gebeuren voor een bedrag van 216,5 miljoen euro, meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2005.

In de federale administratie werden de belangrijkste pijlers van de modernisering uitgewerkt: de loopbanen werden hertekend met de nadruk op ontwikkeling van competenties, inbegrepen de personeelsleden van niveau D die op basis van een vorming werden gevaloriseerd; er werd een nieuwe managementcultuur geïntroduceerd en de nieuwe organisatiestructuur is geïmplementeerd. De resultaten van de verbeterprojecten tonen aan dat er concrete en zichtbare resultaten geboekt zijn op het vlak van de dienstverlening en dat permanente verandering een wezenlijk onderdeel is geworden van de cultuur.

Ook in de overheidssector moeten de middelen evenals het personeel op een soepele wijze kunnen worden ingezet ten einde vlotter in te spelen op deze immer wijzigende organisatiebehoeften. Centraal hierbij staat de ontwikkeling van de competenties (onder meer het gebruik van technologie promoten door de installatie van e-HR en e-procurement) en de inzet van die competenties daar waar ze het best tot hun recht komen.

Een belangrijke plaats zal worden ingenomen ter promotie van de diversiteit, de gelijkheid van mannen en vrouwen en van de sociale dialoog, opdat het openbaar ambt onze samenleving zou weerspiegelen alsook het cement zou zijn van sociale cohesie.

Er is een belangrijke stap gezet in de strijd tegen de administratieve rompslomp. De administratieve lasten nemen spectaculair af. Volgens de laatste cijfers van het Federaal Planbureau is de administratieve lastendruk voor bedrijven met een kwart gedaald tussen 2002 en 2004. De ondernemingen sparen daardoor maar liefst 1,7 miljard euro uit aan administratieve lasten, waardoor de administratieve lastendruk bij ons nu lager ligt dan in Nederland en in de Verenigde Staten van Amerika. Tegen het einde van 2005 zal tweederde van het Regeerakkoord inzake administratieve vereenvoudiging uitgevoerd zijn. In 2006 zal de regering verder gaan met concrete vereenvoudigingen. Zo zullen we, in samenwerking met de bouwsector, de opstart voor aannemers moderniseren door een vereenvoudiging van de reglementering inzake registratie, erkenning en vestiging. Ook zullen we de startersformaliteiten goedkoper maken. Voor bestaande ondernemers zal de regering actie ondernemen teneinde het potentieel van de elektronische facturatie volop te benutten.

De regering heeft eveneens belangrijke vorderingen gerealiseerd in het kader van e-government en de toegang van de burger tot de electronische dienstverlening. De regering zette het licht op groen voor het project "Internet voor iedereen", hetgeen drempelverlagend zal werken inzake de toegang tot de informatiemaatschappij. Ook werd de toegang tot het PC-privéproject verder vergemakkelijkt.

Het vertrouwen van de consument is een essentieel onderdeel in onze economie. Met dit doel voor ogen worden maatregelen genomen om de kennis van de consumenten door ene betere voorlichting en informatie van de consumenten te vergroten, de behandeling van de klachten van consumenten en consumentengeschillen te bevorderen en waar nodig de controle op regels inzake de bescherming van de consument aan te scherpen.

In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de Europese landen, zullen al de initiatieven worden genomen binnen een begroting in evenwicht, dit al voor het zevende jaar op rij. Bovendien zal de overheidsschuld in 2006 richting de 90% van het BBP duiken, waarmee we stilaan de hoofdmoot van de Europese landen in zicht krijgen. Dit resultaat kan enkel worden bereikt door een strikte uitgavenbeheersing. De uitgaven blijven in reële termen constant. Enkel de pensioenen, Justitie en veiligheid en mobiliteit kennen een relatief sterke reële groei.

De regering heeft structurele maatregelen getroffen om het evenwicht in de sociale zekerheid op lange termijn te vrijwaren alsook dat van de begroting in het algemeen. Daartoe werden zowel maatregelen genomen aan de uitgaven- als aan de ontvangstenzijde. Voor een grondig overzicht over de inkomsten- en uitgavenposten wordt verwezen naar bijlage 2.

(3) Een nieuw sociaal contract

De beslissing van de regering omtrent een nieuw sociaal contract is uitgemond in een uitgebreid werkstuk dat het resultaat weergeeft van een langdurige onderhandeling met de sociale partners. De tekst maakt als onderdeel van bijlage 1 integraal deel uit van de beleidsverklaring. Het sociaal contract voorziet in een belangrijke inhaalbeweging inzake de welvaartsvastheid van de uitkeringen. De financiering van de welvaartsvastheid wordt vanaf nu structureel verzekerd. Dit is trouwens een belangrijk wapen in de strijd tegen de armoede en de sociale uitsluiting. Tegelijkertijd zet de regering een belangrijke stap in de modernisering van de financiering van de sociale zekerheid. Voortaan dient een belangrijk deel van de roerende inkomsten exclusief om de dienstverlening van de sociale zekerheid te financieren. De druk op de inkomsten uit arbeid nemen zo verder af.

Iedereen moet een gelijke toegang hebben tot werk in de publieke en de private sector. De strijd tegen alle discriminaties, in het bijzonder inzake de instroom in werk, blijft een belangrijke doelstelling van de regering. Er zal met de sociale partners hierover overleg worden gepleegd.

Het is een gewoonte geworden te herinneren aan de topkwaliteit van onze gezondheidszorgen, zowel wat prestatie als wat toegankelijkheid betreft. De besparings- en correctiemaatregelen die in 2005 werden aangenomen hebben geleid tot een vertraging in de uitgavengroei die opnieuw binnen de vooropgestelde norm valt. Dit resultaat werd bereikt door gezamenlijke inspanningen van alle actoren van de sector.

De realisatie van de begroting 2006 was dé gelegenheid om de nieuwe begrotingsprocedure in de praktijk te brengen die een rigoureuze en efficiënte opvolging van het budget inhoudt. Dit budgettair mechanisme rust op een toegenomen verantwoordelijkheid van alle actoren, zowel op gebied van de bepaling van de beleidskeuzes als op de te nemen maatregelen in geval van budgetoverschrijding.

Onder meer volgende maatregelen, voorzien in het budget 2006, verdienen een bijzondere vermelding :
- De integratie van de fiscale en de sociale maf die tot een snellere inning leidt ;
- De herwaardering van de intellectuele prestaties van de huisartsen en specialisten om de medische praktijk in de hospitalen aantrekkelijker te maken ;
- De creatie van een impulsfonds dat toelaat tussen te komen zowel in de vestiging van jonge huisartsen als in de ontwikkeling van groepspraktijken ;
- De rationele geneesmiddelenpolitiek die vasthoudt aan een adequate terugbetaling aan de apothekers, maar die zelfs toestaat nieuwe innovatieve farmaceutische specialiteiten op de markt te brengen.
Samengevat, de begroting 2006 synthetiseert een evenwicht dat balanceert tussen het rigoureus beheer van een departement en het opkomen van nieuwe uitdagingen die zich in ons stelsel stellen (vergrijzing, technologische innovatie, etc…).
De regering zal ook een regeling invoeren voor de dekking van uitzonderlijke schadegevallen in de gezondheidszorg.

De regering zal erover waken om de werkloosheidsval op te heffen die overblijven in de reglementering betreffende de uitkeringen voor gehandicapten.

Sociaal-economische uitsluiting wordt versterkt door het gebrek aan toegangsmogelijkheden tot informatie en gebrek aan beheersing van nieuwe technologieën. Om te beantwoorden aan de uitdagingen van de 21ste eeuw heeft de federale regering de opmaak van een nationaal plan tegen de digitale kloof gecoördineerd dat dra zal worden uitgevoerd.

Het Federaal Plan Huisvesting zal verder worden uitgevoerd en dit in overleg met en met respect voor de bevoegdheden van de gewesten. In het kader van het federaal grootstedenbeleid wordt werk gemaakt van de uitvoering van de huisvestingsovereenkomsten die met steden zijn afgesloten en die onder andere tot doel hebben de sociale cohesie te versterken en de woonomstandigheden te verbeteren.

Op 1 januari 2006 zal het nieuwe financieringsstelsel van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen in voege treden. Elke operator actief in de voedselketen zal bijdragen in de financiering van de werking van het Voedselagentschap, met een billijke spreiding van deze lasten over de verschillende sectoren.

Gelet op de alarmerende signalen van de Wereldgezondheidsorganisatie over de mogelijke dreiging van een grieppandemie, wordt in 2006 verder geïnvesteerd in de opsporing en de preventie van een uitbraak, en in de logistieke invulling van de uitgewerkte noodplannen : de bestaande strategische stock van antivirale middelen, handschoenen en maskers wordt verder gradueel opgebouwd, en er wordt fors geïnvesteerd in de ontwikkeling en tijdige beschikbaarheid van vaccins tegen het pandemie-virus.

Gezien de huidige problematiek omtrent voeding en overgewicht, zal de Minister van Volksgezondheid in 2006 een campagne lanceren met doel de bevolking te sensibiliseren en te overtuigen van het belang van evenwichtige, gezonde voeding en fysieke activiteit. Het Nationaal Voedings-en Gezondheidsplan kadert in een globale strategie die uitgaat van de Wereldgezondheidsorganisatie, aangepast aan de Belgische context.

Het Kyotoprotocol dat officieel in werking trad op 16 februari 2005, drie maanden na ratificatie van het protocol door Rusland, is reeds aan herziening toe. De gesprekken post - 2012 vorderen. Ons land verdedigt daar een evenwichtige positie, deze bestaat erin dat er gestreefd wordt naar een significante daling van de broeikasgassen en dit op een kostenefficiënte wijze om onze economische bedrijvigheid niet te hypothekeren. Daarom wordt naast het stimuleren van energie-efficiëntie in de bedrijven door onder andere het maximaal degressief tarief en de energiebelasting te koppelen aan het al dan niet bezitten van een benchmark-convenant, ook de nadruk gelegd om het energieverbruik in de woningen te verminderen. De federale overheid neemt hierbij een voorbeeldfunctie op. FEDESCO begint vanaf dit najaar met energie-audits in overheidsgebouwen, op basis van de resultaten zullen investeringen volgen met het oog op het verbeteren van de energie-efficiëntie. Ook start een eerste groep FODs met de procedure voor het behalen van het EMAS-certificaat. Naast de federale gebouwen neemt de Federale Regering ook maatregelen om het regionaal beleid inzake rationeel energiegebruik te ondersteunen, enerzijds door een verhoogde investeringsaftrek voor energie-efficiënte investeringen en anderzijds door een energiebesparingsfonds op poten te zetten.

Om ook in de transport- en vervoersector de broeikasgassen terug te dringen, is er een fiscale stimulans gegeven aan de biobrandstoffen. Eind dit jaar moet zowel de tender voor biodiesel als voor bioethanol (biobenzine) uitgeschreven worden, zodat de productie van biobrandstoffen in 2007 effectief van start kan gaan alsook de distributie van deze brandstoffen.

Niet enkel interne maatregelen worden genomen om de Kyotodoelstelling te bereiken, ook de flexibele mechanismen worden aangesproken waaronder JI (Joint Implementation), CDM (Clean Development Mechanism) en de verhandelbare emissierechten. De federale regering heeft een tender uitgeschreven waarvan de uitverkoren projecten begin volgend jaar gekend zullen zijn. De projecten zullen één voor één getoetst worden aan criteria van milieuvriendelijkheid en duurzame ontwikkeling.

Ook het dossier REACH wordt van zeer nabij opgevolgd door de federale regering. Onlangs schaarden we ons achter het UK Presidency voorstel. De federale regering schaart zich achter de vervanging van gevaarlijke chemische stoffen door alternatieven die zowel op milieuvlak als voor de gezondheid een verbetering betekenen. Echter bij de substitutie moet steeds rekening gehouden worden met de competitiviteit, de innovatie en de grote werkgelegenheid in de chemische sector in ons land. De federale regering hoopt dat tegen het eind van dit jaar REACH een feit is en dat de bedrijven kunnen starten met de implementatie. Om dit proces te vergemakkelijken zal de FOD Economie een infoloket openen waarbij vooral ook de KMO's terechtkunnen met hun vragen over de implementatie en de werking van REACH.

(4) Justitie en veiligheid : de ingeslagen weg vervolgen

Justitie is in beweging. Zij moet doorgaan met de veranderingen. Het gerecht moet worden gemoderniseerd. De rechterlijke macht is onafhankelijk in haar rechtsprekende functie maar moet ook meer autonomie verwerven om het beheer van haar werk te organiseren. Het Themisplan werd ingediend. Er zullen in 2006 drie proefprojecten worden ontwikkeld in Gent, Bergen en Charleroi.

Vanaf 2006 zal ook de informatisering van de rechterlijke organisatie een tastbare realiteit worden. Het Phenixprogramma zal van start gaan in de politierechtbanken, de vredegerechten alsook in de arbeidsrechtbanken voor de geschillen inzake overmatige schuldenlast. Zo zullen deze ‘nabijheidsrechtbanken', dus die waarmee het grootst aantal burgers in contact komt, als eerste genieten van deze omwenteling door de informatica.

De structuur van het gerechtelijk systeem zal veranderen. Tijdens het laatste trimester van 2006 zullen de eerste strafuitvoeringsrechtbanken het licht zien. In onze gevangenissen eisen onze beambten terecht volledige personeelskaders, opleiding en gerenoveerde werkomgevingen. Eveneens dient een aanpassing te gebeuren aan de evoluties, die betrekking hebben op de interne en externe rechtspositie van de gedetineerden. Dit alles is maar mogelijk als we de overbevolking in onze gevangenissen kunnen terugdringen. De toename van het aantal gedetineerden is ten dele te wijten aan de betere werking van politie en justitie. De gevangenis moet echter worden voorbehouden voor die categorieën die een gevaar voor de samenleving uitmaken. De nieuwe wet op de voorlopige hechtenis en de ontwikkeling van alternatieve juridische maatregelen schrijft zich eveneens in dit initiatief in. Er komen aparte behandelingsinstellingen voor de geïnterneerden. De toepassing van het elektronisch toezicht zal worden verruimd. Daarnaast streven we ernaar, nu we de verdragsrechtelijke en wetgevende basis hebben, om aan de overbrenging van gevonniste personen zonder echte band met België naar hun land van herkomst, een zo ruim mogelijke toepassing te geven.

Deze ingrijpende veranderingen maken de opleiding van alle personeelsleden van de rechterlijke organisatie nog meer noodzakelijk. De regering zal daarom aan het parlement de oprichting voorstellen van een opleidingsinstituut voor de Rechterlijke Orde. De gerechtelijke wereld zal ook nieuwe en prestigieuze gebouwen inhuldigen: het Justitiepaleis te Antwerpen, het "Portalisgebouw" te Brussel en, na 20 jaar afwachten, de uitbreiding van het prinsbisschoppelijk paleis te Luik. Dit dient echter niet om de algemene miserabele toestand van onze gebouwen en het gebrek aan veiligheid te maskeren. Investeringen blijven onontbeerlijk. We zullen onze inspanningen verder zetten.

De rechterlijke organisatie heeft het lijden van de slachtoffers lang genegeerd. De wetgever eveneens. De hervorming van het Hof van Assisen zal het statuut van het slachtoffers verbeteren en handelen over de strafuitvoering. De ‘Commissie voor de vergoeding van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden' zal bijkomende financiële middelen krijgen om aan de steeds talrijker wordende aanvragen te kunnen voldoen. Tot slot zal de commissaris voor de rechten van de slachtoffers worden aangewezen. Hij zal ons wijzen welke de meest dringende prioriteiten zijn om de verloren tijd in te halen.

Rechtspreken moet binnen een redelijke termijn gebeuren. Soms is het moment van de rechtspraak te ver verwijderd van de gebeurde feiten. De magistraten, griffiers en secretarissen hebben nochtans ernstige inspanningen geleverd en we hebben hen daarbij ondersteund. Zo zal de regering een wetsontwerp indienen, waardoor het voor elke burger die zich tot het gerecht wendt mogelijk zal zijn dat hij de belangrijkste data van het verloop van zijn proces kent. Deze methode zal gevolgen hebben inzake de controle op de jurisdicties en inzake de actieve rol van de rechter.

Sinds 11 september is de terroristische dreiging erg dichtbij gekomen. Laat ons immers niet vergeten dat na het drama van 11 september 2001 in de Verenigde Staten, ook Europa het slachtoffer is geworden van het internationale terrorisme. De barbaarse aanslagen in Istanbul, Madrid en Londen hebben ons allen diep geschokt. Het heeft ons geleerd dat we permanent waakzaam moeten blijven. Om dit fenomeen met gelijke wapens te kunnen bestrijden, moeten we over bijkomende materiële, menselijke en strategische middelen beschikken. Daarom hebben we de CODA (coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse) in het leven geroepen, om de krachten van alle direct en indirect betrokken diensten te bundelen en alle inlichtingen te groeperen en te analyseren. Het Ministerieel Comité Inlichtingen en Veiligheid volgt de situatie op de voet en coördineert de werkzaamheden van de diensten. De regering heeft de functie van federale onderzoeksrechter gecreëerd en heeft het reglementair kader goedgekeurd inzake bijzondere opsporingsmethoden. Het Europese aanhoudingsmandaat, waarbij misdadigers die gezocht worden in één land ook in andere landen opgepakt kunnen worden om daarna onmiddellijk uitgeleverd te worden aan het land waar de feiten gepleegd zijn, is een stap in de goede richting. Dergelijke internationale samenwerking zal worden versterkt, zodat de informatiestroom tussen politie, gerechtelijke instanties en inlichtingendiensten vlotter kan verlopen. De Veiligheid van de Staat zal genieten van een belangrijke verhoging van haar personeelsbestand. Intussen keurde de regering een ontwerp van wet goed dat de telefoontap door de Staatsveiligheid toestaat. Het actieplan tegen het radicalisme wordt uitgevoerd, geëvalueerd en indien nodig, bijgestuurd. En er zal ook over worden gewaakt dat geen enkele racistische, xenofobe en discriminerende houding wordt afgedaan als een banaliteit.

De laatste veiligheidsmonitor heeft aangetoond dat met het gevoerde beleid resultaten worden bereikt. Er is duidelijk een daling van het subjectieve onveiligheidsgevoel gebleken. We moeten bijgevolg op de ingeslagen weg voortgaan. De prioriteiten van het binnenlands veiligheidsbeleid zijn de volgende.

Internationale fenomenen zoals ramkraken, car – en housejackings en inbraakplagen zijn meer en meer het werk zijn van rondtrekkende dadergroepen. Sinds een tiental jaren is het bovendien zo dat een deel van de georganiseerde criminaliteit in handen is van Oost-Europese bendes. Gezien deze rondtrekkende dadergroepen zeer grensoverschrijdend werken, is de beste manier om hen effectief het hoofd te bieden een sterke Europese grensoverschrijdende aanpak. Maar het moet ook gezegd dat de Belgische politiediensten deze criminaliteit daadkrachtig aanpakken waardoor reeds vele netwerken zijn opgerold en intussen door rechtbanken tot zware straffen zijn veroordeeld.

Er zijn aanwijzingen dat de drugproductie, vooral XTC-laboratoria en cannabisplantages, gedeeltelijk verschuift naar ons land. Zowel het drugstoerisme naar Nederland als het onrustwekkende fenomeen van de drugspanden, waar vooral Noordfranse drugstoeristen zich komen bevoorraden, zijn een prioriteit in de strijd tegen illegale drugs. De succesrijke inspanningen van onze politiediensten moeten nog meer worden ondersteund met concrete actieplannen. Op 19 oktober eerstkomend zal het Gemengd Comité tegen Drugs samenkomen waar we aan de gerechtelijke autoriteiten, de politiediensten en de burgemeesters van de betrokken steden – Antwerpen, Brussel, Gent, Luik en Bergen – een concreet actieplan zullen voorleggen. Daarbij zullen we gebruik maken van recente verdragsrechtelijke instrumenten die ons toelaten om grensoverschrijdend op te treden met gemengde onderzoeksteams en Joint hit teams en ook mogelijk maken dat onze justitiediensten op een directe en vlotte manier samenwerken met hun collegae in onze buurlanden, onder meer om de buitenlandse drugstoeristen in hun land te berechten. Daarnaast zullen we op nationaal vlak, onderzoeken of we in overleg met de gewesten, de bevoegdheden van de burgemeesters verruimen om op te treden tegen de vormen van drugsoverlast, het federaal parket inschakelen waar nodig en gebruik maken van het interventiekorps voor doelgerichte acties.

Onze maatschappij sluit nog steeds de ogen voor het geweld dat vrouwen ondergaan. Dagelijks zijn er duizenden die door hun partner worden geslagen, beledigd en bedreigd België wordt niet gespaard door dit weerzinwekkende fenomeen. Samen met alle procureurs-generaal ontwikkelen we een model dat verplicht zal worden toegepast in alle arrondissementen en het parool duidelijk zal aangeven, namelijk: nultolerantie.

Op ethisch vlak worden de werkzaamheden over bepaalde delicate kwesties, zoals de draagmoeders en het discreet bevallen, verder gezet

Na vier jaar werking, sinds de hervorming van de politiediensten in april 2001, is het politielandschap grondig geëvolueerd naar een homogene structuur met een geïntegreerde werking. De hervorming heeft haar "kinderziekten" doorlopen en een belangrijk aantal maatregelen tot aanpassing van de statuten werden verwezenlijkt. Eén van de belangrijkste objectieven van het regeringsakkoord met betrekking tot de politiehervorming, namelijk de verhoging van de operationele inzetbaarheid, komt in bereik.

Uit de evaluatie van de Top van de Federale politie was gebleken dat de federale politie nog te weinig performant was en zich te weinig inschreef in de dynamiek die door de politiehervorming is op gang gebracht. Om te waarborgen dat de federale politie haar kerntaken, namelijk haar gespecialiseerde opdrachten en haar steunverlening aan de lokale politie zou optimaliseren, wordt de structuur van de federale politie vereenvoudigd en wordt meer aandacht besteed aan de pijler-overstijgende structuren, meer bepaald deze belast met de integratie lokaal/federaal, de internationale politieopdrachten (die steeds belangrijker worden) en de informatiehuishouding. De Regering blijft continu impulsen geven aan de commissaris-generaal om de werking van de federale politie steeds verder te optimaliseren. Een wetsontwerp wordt nog voor het einde van het jaar aan het Parlement voorgelegd.

"Meer blauw op straat" is niet langer meer een slogan. Om de vooruitgang te meten zal een monitoring worden ingesteld. Een zichtbare politie vormt de basis van een gemeenschapsgerichte politiedienst en ruimt het onveiligheidsgevoel uit de weg. De verhoging van de operationele inzetbaarheid is één van de belangrijke pijlers van het algemeen veiligheidsbeleid en werd geconcretiseerd door een aantal praktische maatregelen in het kader van de geïntegreerde politiewerking. Concrete voorbeelden hiervan zijn onder meer het oprichten van een interventiekorps met het oog op de handhaving van de openbare orde. Door deze inzet kunnen de lokale politiekorpsen meer personeel vrijmaken voor een kwaliteitsvolle en naar de bevolking gerichte politiebasiszorg. De herdefiniëring van de administratieve taken die niet tot de politiediensten behoren, brengt op haar beurt geleidelijk aan meer politiemensen op het terrein.

Maar het algemeen veiligheidsbeleid, de bestrijding van de criminaliteit en de vrijwaring van de Mensenrechten en fundamentele vrijheden, moeten steeds een permanente zorg blijven in een democratische staat. In dit opzicht plant de regering de aanpassing van het programma voor de basisopleiding, de uitwerking en het onderricht van een deontologische code, de aanpassing en herstructurering van de interne controle van de politiediensten, de aanpassing van de tuchtwet, met het oog op een versoepeling van de procedure en de verdere bijsturing van het politielandschap in het kader van een geïntegreerde werking en een nauwere samenwerking met het parket in een opzicht van efficiëntie.

Momenteel zijn er 73 steden en gemeenten met een veiligheids- en preventiecontract. De veiligheids- en preventiecontracten zijn voor de steden en gemeenten een belangrijke ondersteuning voor hun preventief veiligheidsbeleid. Het gaat om jaarlijks afgesloten contracten met de steden en gemeenten die op projectniveau worden opgemaakt. Vanaf 2007 wordt aan deze veiligheids- en preventiecontracten een meerjarig perspectief gegeven met een strategische sturing en meer resultaatgerichte afspraken over een periode van vier jaren. Hierdoor wordt meer zekerheid geboden, worden de steden en gemeenten sterker geresponsabiliseerd en wordt de planningslast automatisch gereduceerd. Dit biedt tegelijkertijd ook de mogelijkheid om meer afstemming na te streven op politionele veiligheidsplannen op zonaal niveau. Daar tegenover staat dat steden en gemeenten enkel een veiligheids- en preventiecontract verkrijgen indien ze vooraf een veiligheidsdiagnose hebben opgemaakt en indien ze zich inschrijven in het federale veiligheidsplan.

Op basis van een monitoringinstrument zullen de steden en gemeenten vanaf 2006 zelf een sterkte-zwakte-analyse maken van hun veiligheidsprojecten en bijgevolg hun strategie voor de periode van 4 jaren uitwerken. Na twee jaar wordt een evaluatie gemaakt en bestaat de mogelijkheid om bij te sturen of (een deel van) de middelen voor het derde jaar in te houden. De aandacht zal (daarbij) prioritair gaan naar (1) preventieprojecten voor verschillende vormen van vermogenscriminaliteit (2) projecten ter voorkoming van sociale overlast (3) technopreventie (4) projecten in de strijd tegen druggerelateerde criminaliteit (5) bescherming van bepaalde kwetsbare bevolkingsgroepen zoals bejaarden (6) een aangepast beschermingsbeleid voor uitoefenaars van risicoberoepen waaronder sommige categorieën van vrije beroepen en zelfstandigen.
De hervorming van de veiligheidsdiensten en van de civiele veiligheid die er moet voor zorgen dat de organisatie van de hulpdiensten en voornamelijk de brandweer zal worden aangepast aan de risico's en behoeften van de 21ste eeuw, zal zijn uitwerking krijgen in 2006. De Commissie voor de hervorming van de civiele veiligheid, onder voorzitterschap van de heer Camille Paulus, heeft de nadruk gelegd op volgende principes:

- de burger heeft recht op de snelste adequate hulpverlening. De hulpdienst die het snelst ter plaatse kan zijn met de juiste middelen, moet worden uitgestuurd;
- elke burger heeft recht op eenzelfde basisbescherming;
- een schaalvergroting kan worden overwogen om de middelen efficiënter te beheren.
De regering zal eerstdaags de voorstellen van de Commissie behandelen.

(5) De Europese Unie: het vertrouwen in het Europees project herstellen

De negatieve resultaten in de referenda in Frankrijk en Nederland over de Europese Grondwet hebben de Europese Unie in een crisis gedompeld. Tegen de achtergrond van globalisering zijn de Europese burgers bezorgd om de concurrentiekracht van de ondernemingen, hun werkgelegenheid en hun sociale bescherming en aanzien zij de Europese Unie vaak veeleer als deel van het probleem dan van de oplossing.

Dit wantrouwen is onterecht maar kan slechts omgebogen worden indien de komende maanden de Unie in staat is beslissingen te nemen en uit te voeren aangaande thema's die de kiezers na aan het hart liggen, en wanneer die beslissingen in de media en door de nationale politiek op het conto van de Unie worden geschreven.

Die thema's mogen niet alleen het sociaal-economische betreffen maar ook milieu, justitie en binnenlandse zaken, en buitenlandse zaken en defensie. Hoe dan ook, de Unie kan slechts mee helpen een antwoord bieden op de verzuchtingen van de burger als er snel een akkoord komt over de meerjarenbegroting voor 2007-2013. België zal zich hiervoor actief inzetten op basis van de voorstellen die voorlagen op het einde van het Luxemburgse voorzitterschap. In elk geval dient het toekomstige akkoord een oplossing te bieden voor de niet langer aanvaardbare onevenwichtigheden in de betalerpositie van bepaalde Lidstaten.

Op sociaal-economisch vlak moeten de Unie en de Lidstaten hun inspanningen sterk opvoeren willen we de samen geformuleerde Lissabon doelstellingen bereiken. Een nieuw instrument daartoe vormt het Nationaal Hervormingsplan dat elke Lidstaat dient op te maken. Het Belgische plan dat later op de maand zal worden afgewerkt zal uiteraard sterk aanleunen bij de sociaal-economische krachtlijnen van de regeringsverklaring. In het debat over het Europees sociaal model in de context van de mondialisering, zal België blijven pleiten voor een grotere interne convergentie op sociaal, economisch en fiscaal vlak. Dit met als doelstelling bij te dragen tot een meer competitief Europa terwijl het zich inschrijft in een sociale dynamiek waarbij de Lidstaten over de nodige middelen beschikken teneinde de naleving van een ambitieuze minimumsokkel op het sociale vlak te garanderen. Een economische en sociale dynamiek dient zich ook te vertalen via de verdeling van sociale en leefmilieunormen op mondiaal vlak, bij voorbeeld in het kader van de Wereldhandelsorganisatie.

Lissabon is in de eerste plaats een taak van de Lidstaten. Toch zijn ook een aantal beslissingen op EU vlak van groot belang. Met name betreft het hier het beleid inzake Onderzoek en Ontwikkeling, het ontwikkelen van een aangepast industrieel beleid, het behoud van sterke en doeltreffende overheidsdiensten en de versterking van de Interne Markt. Bij deze laatste hoort ook de verbetering van het regelgevend kader, een proces dat echter geen aanleiding mag geven tot het bevriezen of terugschroeven van de relevante reglementeringen die de werknemers, de consumenten en het leefmilieu beschermen.

Om zich te beraden over de verdere evolutie van de Europese integratie na de twee negatieve referenda heeft de Europese Raad in juni beslist een ‘reflectiepause' in te lassen die normaliter een jaar zal beslaan. België blijft de mening toegedaan dat, ondanks zijn onvolkomenheden, de Europese grondwet een goede waarborg vormt om de Europese integratie verder te kunnen uitdiepen na de grote uitbreiding van het ledenaantal. Daarom dringt de regering erop aan dat alle bevoegde parlementen van het land voor het einde van 2005 de grondwet hebben goedgekeurd. Ze zal tevens de andere Lidstaten waar zulks nog niet is gebeurd aansporen hun eigen ratificatieproces verder te zetten.

België zal met andere leden-landen trachten scheep te gaan om via versterkte samenwerking – liefst binnen maar indien nodig ook buiten het huidige Verdrag – de Europese constructie verder uit te bouwen in alle drie de pijlers van de Unie. De Eurozone kan daartoe een instrument zijn. België wenst uiteraard in eerste instantie met alle Lidstaten te samen de Unie te verdiepen maar zal niet berusten in de verwatering van het Europese project.

(6) Continuïteit in een dynamisch en geëngageerd buitenlands beleid

Vanaf 1 januari 2006 wordt België voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Ons land zal in alle traditionele OVSE-domeinen (inclusief de humane dimensie, intolerantie, racisme,…) actief zijn. De strijd tegen de internationale criminaliteit en de bevordering van de rule of law worden centrale krachtlijnen van het voorzitterschap. Bijzondere aandacht zal gaan naar de economische dimensie, met de nadruk op de transportsector. Waar mogelijk zal België in haar functie van ‘Chairman in Office' bijdragen tot de oplossing van de zogenaamde ‘frozen conflicts'.

Ons land zal ervoor ijveren dat er op de Ministeriële WTO-bijeenkomst in Hongkong in december eindelijk een doorbraak bereikt wordt in de onderhandelingen over de Doha-ontwikkelingsagenda. Gezien internationale handel een zeer krachtige motor is gebleken voor de groei van de wereldeconomie in het algemeen en vele ontwikkelingslanden in het bijzonder, blijft België voorstander van een multilateraal systeem dat de wereldhandel met afdwingbare regels omkadert en dat rekening houdt met de ontwikkelingsgraad van elk lid. De inzet van de Europese Unie en andere hoofdrolspelers is nodig opdat een billijk evenwicht wordt geschapen tussen de liberalisering van de landbouw, een grotere markttoegang voor industriële goederen en een geleidelijke opening in de dienstensector. Wij willen er ook over waken dat de armste landen positief gediscrimineerd worden in het toekomstige WTO-akkoord.

Inzake ontwikkeling zal de regering in de eerste plaats verdere stappen zetten in het verwezenlijken van het groeipad voor ontwikkelingssamenwerking tot 0,7% van het BBP. Bij de besteding van onze bijstand zal gestreefd worden naar maximale coherentie met de afspraken die ter zake op internationaal vlak gemaakt werden, en met name in de context van de Millennium Development Goals. Ons land zal ook actief deelnemen aan de verdere uitwerking en uitvoering van de G8-voorstellen inzake de kwijtschelding van de schulden. Bijzondere aandacht zal blijven uitgaan naar de tenuitvoerlegging van het ontwikkelingsbeleid in partnerschap met de betrokken landen.

Het engagement van ons land in deze regio wordt onverminderd voort gezet. Daarbij is het cruciaal dat het Transitieproces in de DRC een succes wordt. België zal zijn verantwoordelijkheid hierin opnemen. Maar ook de internationale gemeenschap en de Congolese gezagsdragers moeten dit doen. Dat moet tot een partenariaat leiden waarbij het goed bestuur van het land een essentiële voorwaarde is om de bevolking uitzicht te geven op duurzame ontwikkeling en om voor resultaten te zorgen. Om de Transitie te doen slagen zal de aandacht vooral gaan naar vier sleuteldomeinen: het verkiezingsproces, de hervorming van de veiligheidssector, de stabiliteit in Oost-Congo en de uitbouw van degelijke staatsstructuren. In Burundi, waar de Transitie succesvol werd afgerond, zal België de bereikte resultaten mee helpen consolideren.

De transformatie van het departement Defensie en de modernisering van de Belgische strijdkrachten worden onverminderd voort gezet. Dat gebeurt binnen een stabiel budgettair kader en met een strikt beheer van de beschikbare middelen. Beter aangepast materieel moet de doeltreffendheid van Defensie verhogen. Onder meer door de aanschaf de komende maanden van pantservoertuigen (AIV), van fregatten en transporthelikopters. Er is bovendien nood aan een toekomstgericht statuut voor het personeel van Defensie waarbij het GLC (Gemengd Loopbaan Concept) verder wordt uitgewerkt. Het huidige statuut draagt nog steeds de sporen van de afschaffing van de dienstplicht. Dat leidde tot een scheefgetrokken leeftijdspiramide.

Met deze hervorming is België in staat de uitbouw van de Europese en transatlantische defensiecapaciteiten verder te ondersteunen. Daarnaast krijgt de verdere uitbouw van onze capaciteiten voor het verlenen van noodhulp de nodige aandacht. Binnen de EU zal een actief engagement worden aangegaan in onder meer het EDA (European Defence Agency), de EUMS (EU Military Staff), de EUBG (Battle Groups), het ESDC (European Security and Defence College). Binnen de NAVO ligt de klemtoon vooral op de tenuitvoerlegging van de Nato Response Force (NRF) en de herformulering van de prioriteiten binnen de Comprehensive Political Guidance (CPG).

Ook het komende jaar zullen Belgische militairen worden ingezet in vredesoperaties en voor de wederopbouw van landen die te lijden hadden onder conflicten. Het accent zal blijven liggen op de inzet in de westelijke Balkan, in Afghanistan en in Centraal-Afrika. Uiteraard is er ruimte voor herschikkingen op basis van de werkelijke noden en van de evolutie op het terrein.

Het is bovendien erg belangrijk om zowel de militaire als de civiele inspanningen op elkaar af te stemmen en de verwevenheid voor ogen te houden tussen de interne en de externe veiligheid. Versnippering van diensten en middelen maakt het soms moeilijk om prioriteiten te leggen en synergie te zoeken. In de komende maanden worden hiervoor extra inspanningen geleverd om de coherentie en samenwerking tussen de verschillende betrokken departementen, waaronder Defensie, Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking, Binnenlandse Zaken, Justitie …te versterken.

Documenten in bijlage:


Kanselarij van de Eerste Minister
Koert Debeuf
Persdienst
Wetstraat 16
1000 Brussel
Email : koert.debeuf@premier.fed.be